Terug naar blogs

Video of papier? Dit is het best onderbouwde antwoord in de fysiotherapie

Gepubliceerd op

De patiënt knikt in de behandelkamer. Hij doet de oefening één keer voor je, het gaat goed, hij krijgt een uitdraai mee. Twee weken later blijkt hij hem al die tijd verkeerd te hebben uitgevoerd.

Dat is geen slordigheid. Het is wat er gebeurt als je beweging op papier zet.

Wat er misgaat met een uitdraai

In een gerandomiseerd onderzoek in Physical Therapy leerden deelnemers een oefenprogramma voor de bovenste extremiteit op drie manieren: live voorgedaan, via video, of via een papieren uitdraai. Daarna werd gemeten hoe correct ze het uitvoerden, direct en na een vertraging.

De uitdraai-groep maakte ruim twee keer zoveel fouten als de andere twee groepen (Reo & Mercer, 2004).

Dat is de kern van het probleem. Een uitdraai bevat alle informatie: de startpositie, het aantal herhalingen, de spier die je aanspreekt. Wat er niet in staat is het enige dat telt bij een oefening, namelijk hoe de beweging verloopt tussen begin en eind.

Video haalt hetzelfde niveau als jij in de kamer

Het interessantste aan diezelfde studie is niet dat papier verliest. Het is dat video niet verliest van jou.

Tussen de groep met live instructie en de groep met video was geen verschil aantoonbaar, niet direct na de instructie en niet bij uitgestelde retentie.

Een latere trial testte dat scherper. 58 deelnemers leerden schouderoefeningen, de ene helft via één instructiesessie bij een fysiotherapeut, de andere helft via een video die de veelgemaakte fouten liet zien en corrigeerde. Op de beoordelingsschaal voor uitvoering: 13,66 tegenover 13,46. Geen betekenisvol verschil, bij een bewijsniveau van 1b (Berkoff et al., 2016).

Voor het aanleren van een correcte uitvoering doet een goed gemaakte video dus niet onder voor een consult.

Waarom foto's het gat niet dichten

Een voor de hand liggende tussenoplossing is een uitdraai met foto's erbij. Dat helpt, maar minder dan je zou hopen.

Deelnemers leerden eenvoudige en complexe oefeningen via video of via stilstaande illustraties. De videogroep was gemotiveerder om thuis te oefenen en had meer vertrouwen dat ze het goed deden. Alle deelnemers gaven de voorkeur aan video (Weeks et al., 2002).

Let op wat daar gemeten is: niet alleen uitvoering, maar motivatie en zelfvertrouwen. Dat is precies de factor die in het adherentie-onderzoek steeds bovenaan staat. Self-efficacy is een van de sterkste voorspellers van of iemand een thuisprogramma volhoudt.

Een foto laat zien waar je moet eindigen. Een video laat zien hoe je daar komt, en dat is wat mensen het gevoel geeft dat ze het kunnen.

Wat video niet oplost

Hier moet het eerlijke deel bij, want video is geen knop waarmee het probleem weg is.

De uitvoering zakt weg over de maanden. Bij 76 ouders van kinderen met een geboortegerelateerde plexus brachialis-laesie werd de nauwkeurigheid van de thuisoefeningen gevolgd, met een instructie-dvd en een demonstratie vooraf. Over twaalf maanden bleef die nauwkeurigheid grotendeels overeind, maar bij de schouder zakte hij van 98,9 naar 88,3 procent al na ongeveer drie maanden (Rasmussen et al., 2013). Video vervangt de controle bij het volgende consult niet.

Langer is niet beter. Een meta-analyse van thuisoefenprogramma's op video bij 65-plussers bundelde 26 studies met 1.292 deelnemers. De retentie kwam uit op 91,1 procent en de opkomst op 85,0 procent. Maar uit diezelfde analyse: naarmate de sessies langer duurden, zakte de opkomst fors. En programma's zonder live contact met een begeleider scoorden lager dan sessies waarin dat contact er wel was (Rihova et al., 2024).

Dat tweede punt is belangrijk genoeg om te herhalen. Video verlaagt de drempel, maar vervangt jou niet.

Wat een bruikbare oefenvideo doet

Uit wat er gemeten is, valt een korte checklist te destilleren:

  • Laat de beweging zien, niet de eindstand. Dat is het enige dat een foto niet kan.
  • Toon de fout, niet alleen het goede. Berkoff testte expliciet een video die veelgemaakte fouten liet zien en corrigeerde. Dat is wat een consult ook doet.
  • Houd het kort. Langere sessies verlaagden de opkomst in de meta-analyse.
  • Vervang het consult niet. De nauwkeurigheid zakt weg; plan een echte controle.

De video moet van jou zijn

Er is één ding dat in alle drie de trials terugkomt en dat in de samenvattingen makkelijk wegvalt: wat er gemeten wordt, is niet "video" maar iemand die de oefening voordoet zoals hij hem uitlegt. Reo & Mercer filmden de instructeur. Berkoff filmde de correcties die een fysiotherapeut in de behandelkamer geeft. Dat is geen stockmateriaal, dat is een consult op tape.

Daar komt de bevinding van Rihova bij: programma's zonder live contact scoorden lager. Een video waarin de patiënt jou hoort, met jouw cues en jouw tempo, is het dichtste dat je thuis bij dat contact komt.

Daarom is Kinmo gebouwd rond jouw content, niet rond de onze. Elke oefening heeft een fotoslot en een videoslot. De bibliotheek die je bij ons krijgt is de basis waarmee je meteen kunt beginnen. Het videoslot is van jou, en dat vullen is expres zo kort mogelijk gemaakt:

  • Filmen vanaf je telefoon. Zit je achter je pc, dan scan je een QR-code en neemt je telefoon het over. Werk je al op een telefoon of tablet, dan gaat de camera direct open. De telefoon logt nergens in.
  • Een bestand uploaden dat je al hebt liggen, tot 200 MB en drie minuten.
  • Een link plakken naar een video die al ergens staat.

Eén keer filmen, daarna hergebruiken bij elke patiënt met dezelfde klacht. Begin bij de tien oefeningen die je het vaakst voorschrijft; dat levert meer op dan een bibliotheek van duizend oefeningen waarvan je er twintig gebruikt.

Wat de literatuur níet heeft onderzocht, is of jouw eigen opname het beter doet dan een professioneel geproduceerde video van dezelfde oefening. Die vergelijking is nooit gemaakt. Wat wél is gemeten, is dat de fysiotherapeut voor de camera even goed werkte als de fysiotherapeut in de kamer.

Conclusie

Over therapietrouw is het bewijs dun en spreken de trials elkaar tegen. Over instructievorm niet. Drie losse trials, veertien jaar ertussen, en steeds dezelfde uitkomst: bewegend beeld levert een correctere uitvoering dan een uitdraai, en het haalt daarbij het niveau van een instructie in de behandelkamer.

Wat het niet doet, is de controle overbodig maken.

Alle studies uit dit stuk staan samengevat op onze onderzoekspagina, samen met de rest van de literatuur over thuisoefenprogramma's. Je kunt direct naar Reo & Mercer, Weeks en Berkoff.


Bronnen

  • Reo, J.A. & Mercer, V.S. (2004). Effects of live, videotaped, or written instruction on learning an upper-extremity exercise program. Physical Therapy, 84(7), 622-633. PMID 15225081
  • Weeks, D.L., Brubaker, J., Byrt, J., Davis, M., Hamann, L. & Reagan, J. (2002). Videotape instruction versus illustrations for influencing quality of performance, motivation, and confidence to perform simple and complex exercises in healthy subjects. Physiotherapy Theory and Practice, 18(2). DOI 10.1080/09593980290058454
  • Berkoff, D.J. et al. (2016). Corrected error video versus a physical therapist instructed home exercise program: accuracy of performing therapeutic shoulder exercises. International Journal of Sports Physical Therapy, 11(5), 757-764. PMID 27757288
  • Rasmussen, L., Justice, D., Chang, K.W., Nelson, V.S. & Yang, L.J. (2013). Home exercise DVD promotes exercise accuracy by caregivers of children and adolescents with brachial plexus palsy. PM&R, 5(11), 924-930. PMID 23770351
  • Rihova, M. et al. (2024). Adherence and Retention Rates to Home-Based Video Exercise Programs in Older Adults: Systematic Review and Meta-Analysis. Telemedicine and e-Health, 30(11), 2649-2661. PMID 39072676